U bent hier

Productinformatie

Zonwering en rolluiken  zijn technologieën  die reeds lang worden aangewend om de woning/ het gebouw een extra bescherming te bieden op het vlak van thermisch en visueel comfort.  Door de belangstelling voor energie-efficiënt bouwen hebben zonwering en rolluiken een nieuwe en een bewustere invulling gekregen. Zonwering is een maatregel om het toenemend risico van oververhitting  die het gevolg is van meer energie performant (ver)bouwen aan te pakken. De sector richt zich op meer innoverende toepassingen niet alleen productmatig maar ook bij integratie in het gebouw. Automatisatie, maar ook studies en het inzetten van tools om de impact en de juiste oplossing te gaan bepalen,  helpen mee om  zonwering en rolluiken op een doeltreffende wijze in te zetten.

De eigenschappen van de zonwering worden in Europese normering vastgelegd: een overzicht van de belangrijkste normen

EN 410 (1998) :  definieert de spectrale metingen op  weefsels en  berekent de zonne-transmissie en -reflectie waarden vereist voor de berekening van de zonne-factor 'g'. 

De productkarakteristieken  worden gemeten in een spectrofotometer, een apparaat dat de energetische reflectie en transmissie meet evenals de lichttransmissie en -reflectie. Per saldo wordt de absorptie bepaald en de  g-waarde van het doek wordt dan verder bepaald met een genormaliseerde formule (EN-13363-1 vereenvoudigde methode; EN 13363-2 gedeteailleerde methode).De testen gebeuren op een klein stukje textiel van enkele centimeters. In de VLIETstudie werden dergelijke metingen getoetst aan  reële metingen op verschillende niveaus (meetcellen op laboratoriumniveau, een testwoning en een aantal reële gebouwen, woning of kantoor). De uitteindelijke vaststelling was dat dat de vereenvoudigde methode slechts leidt tot een benaderende waarde van de zonwering. Deze is nog altijd beter dan de defaultwaarden in de EPB.  Een effectieve meting kan  de werkelijke waarde van  zonwering  veel beter in beeld brengen: 

Waar men bij buitenzonwering een g-waarde van 0.08 meet, levert de vereenvoudigde methode een waarde van 0.15 op, dus een grove onderschatting met de helft van de effectiviteit van buitenzonwering. Bij binnenzonwering is het niet anders: de metingen geven een g-waarde van 0.39, terwijl de vereenvoudigde formule leidt tot een waarde van 0.47, dus ruim 20% minder efficiëntie.

Lees verder in de VLIET-studie.

EN 13 363-1 +A1 (2007): specificeert de vereenvoudigde methode voor de berekening van de zonne-factor 'g'. De g-waarde  is de totale zonne-energie transmissie van de beglazing, terwijl  de 'gtot' -waarde de  zontoetredingsfactor is van de combinatie van een glastype met een bepaalde zonwering. De WTCB tool maakt gebruik van de vereenvoudigde methode. 

EN 14501 (2005): bepaalt de prestatiekenmerken en classificeert een zonwering of rolluik volgens visueel en thermisch comfort. De norm bepaalt de technische kenmerken van 4 typische beglazingen (A,B,C,D) voor de berekening van de 'g-tot' waarde en classificeert het thermisch en visueel comfort. 

Artikels:

De verschillende functies van zonweringen, WTCB artikel, 2010

De juiste wapens tegen oververhitting: focus op zonneweringen, Bron: Arnaud Deneyer, WTCB

La surchauffe dans les bâtiments, Bron: Antoine Tillemans, CSTC, 2012

Selectie tool zonwering op basis van visueel en thermisch comfort: www.prosolis.be

WTCB dossiers 2014/3.14, "Textiele zonweringen: gezien zonder gezien te worden". Een artikel over de parameter 'doorzicht en contact met de buitenomgeving' van textiele zonwering, lees meer

Lees ook de artikels op Livios